Evenementen
Solo Leveling: tentoonstelling in Tokio verlengd tot november
De verlenging brengt goedkopere tickets voor scholieren en kinderen, nieuwe groepsopties en extra voordelen.

De tentoonstelling „Solo Leveling“ in de Tokyu Plaza Shibuya wordt verlengd tot en met 1 november 2026. De extra looptijd begint op 28 september en omvat nog 35 dagen; tickets voor deze periode zijn sinds 19 september verkrijgbaar.
Zoals de organisatoren in een officiële mededeling uitleggen, is de tentoonstelling sinds 17 juli te zien op de vierde verdieping van de Tokyu Plaza Shibuya. Bezoekers volgen daar de ontwikkeling van Sung Jin-Woo van E-rang hunter tot S-rang hunter. De presentatie omvat grootformaat figuren, licht- en geluidseffecten en interactieve ruimtes. In één station kan men met de roep „Arise“ een schaduwleger oproepen; daarnaast is er een rangbepaling als speelse activiteit.
Nieuwe ticketregels voor de verlenging
Voor de periode van 28 september tot 1 november worden de prijzen voor scholieren en kinderen bij reguliere weekdag- en weekendtickets elk met 500 yen verlaagd. Nieuw is ook een groepsticket: vier volwassenen kunnen online samen boeken tegen de prijs van drie reguliere volwassenentickets. Bij de zogenaamde Super Pass komt als extra een set van twee magneten erbij.
De organisatoren kondigen voor de verlengde looptijd bovendien nieuwe waren en extra evenementen aan. De winkel van de tentoonstelling biedt volgens de organisatoren meer dan 40 artikelen; daarnaast is er een café dat ook zonder tentoonstellingsticket toegankelijk is.
De tentoonstelling is gebaseerd op de Koreaanse webtoon en de daaruit voortgekomen franchise „Solo Leveling“. Op aninew.de loopt tegelijkertijd de berichtgeving over het gameproduct „Solo Leveling: KARMA“, waarvoor de vooraanmelding al is gestart.
Voor Duitse fans is vooral het verdere tourschema relevant: MOAT Experience beschrijft Tokio als vertrekpunt voor verdere locaties in Japan en een geplande internationale tour door Azië, Amerika en Europa. Een concrete datum voor Duitsland of een ander Duitstalig land werd in de mededeling echter niet genoemd.